| Onderwerp 1: Supergeleidende Nanostructuren |
||
![]() ![]() |
De Type-II
supergeleiders
hebben als karakteristieke eigenschap dat het magneetveld gedeeltelijk
in het supergeleidende materiaal kan binnendringen, maar dit enkel onder
de vorm van gekwantiseerde magnetische-fluxlijnen of vortices.
Deze vortices zijn de eenheid van magnetische flux, zoals het electron
de eenheid is van elektrische stroom. De grootte van zo één vortex
is in typische omstandigheden van de orde van 0.1 à 1 micrometer. Omdat
ze mekaar afstoten, schikken de vortices in een supergeleider met macroscopische
afmetingen zich in een driehoekig rooster, ook vortexrooster
genoemd. Het gedrag van dit vortexrooster (hoe en hoeveel het bijv. beweegt)
bepaalt in grote mate de eigenschappen van de supergeleider.
Supergeleidende
nanostructuren hebben afmetingen van minder
dan 0.1 tot ongeveer 2 micrometer (ook de lengteschaal die in micro-electronica
gebruikt wordt). Er zal in deze structuren dus maar genoeg ruimte zijn om
plaats te bieden aan enkele vortices. Hierdoor vinden we voor deze kleine
structuren zeer verrassende supergeleidende eigenschappen, die we niet terugvinden
bij de macroscopisch grote supergeleiders.Een beter begrip van het gedrag van de vortices in supergeleidende nanostructuren kan bijdragen tot de verdere uitbouw van het gebruik van supergeleiders in micro-electronica. |
|
|
In het onderzoekswerk voor je licentiaatsthesis
zullen we bestuderen hoe de vortices zich gedragen in supergeleidende
nanostructuren met verschillende vormen, en hoe de supergeleidende eigenschappen
hierdoor beïnvloed worden.
|
||
![]() |
De supergeleidende nanostructuren worden
vervaardigd in een ultra-hoog-vacuümkamer door middel van elektronenbundelverdamping.
De supergeleiders die hiervoor het meest gebruikt worden in ons laboratorium
zijn lood (Pb) en niobium (Nb).
|
|
![]() |
Dankzij elektronenbundelàlithografie
(i.s.m. IMEC) en lift-off-technieken kunnen we supergeleidende
nanoàstructuren vervaardigen met afmetingen kleiner dan een micrometer,
en met een vorm naar keuze (bijv. een vierkant of een schijf). We onderzoeken
de vorm van de nanostructuur telkens met de optische microscoop en met
de nog veel gevoeligere atomaire-krachtàmicroscoop (AFM).
|
|
![]() |
Wanneer we de elektrische weerstand
van de nanostructuur willen meten, leggen we er zeer dunne contactpaden
naartoe. In een cryostaat, een zeer grote thermosfles waarin
we vloeibaar Helium gieten, kunnen we de supergeleider koelen tot beneden
zijn kritische temperatuur en de supergeleidende eigenschappen opmeten.
|
|
![]() |
De magnetische eigenschappen van
de nanostructuur vertellen ons zeer veel over het gedrag van de vortices.
Aangezien het magnetisch signaal dat uitgezonden wordt door deze structuren
zo klein is, moeten we de supergeleider op een minuscuul Hall-kruisje
(een uiterst gevoelige magneetveldsensor) plaatsen om zijn magnetische
respons te kunnen opmeten.
|
|
![]() |
Een alternatief om de magnetische eigenschappen
van individuele supergeleidende nanostructuren te bestuderen, is om een
rooster te maken waarin miljoenen identieke supergeleidende nanostructuren
naast elkaar geplaatst worden. Het gezamenlijk signaal van al de structuren
is nu groot genoeg om opgemeten te worden in een meer gebruikelijke magnetometer.
|
|